©
Shoppen - Kloppen
 
Winkelen of inkopen doen heet shoppen.
Juist zijn, bonzen of tikken heet kloppen.

Op de computer kun je online shoppen.
Daar gaat mijn hart sneller van kloppen.
Op de computer kan je ook photoshoppen.
De foto hoeft niet met de waarheid te kloppen.

Winkelen of inkopen doen heet shoppen.
Juist zijn, bonzen of tikken heet kloppen.

Wie gaat er wel eens met zijn vader shoppen?
Voordat we weggaan moet ik op zijn deur kloppen.
Als het aan mijn moeder ligt gaan we vaker shoppen.
Maar de openingstijden moeten wel kloppen.

Winkelen of inkopen doen heet shoppen.
Juist zijn, bonzen of tikken heet kloppen.

Ik wil nieuwe kleren maar ik wil niet shoppen.
Misschien moet ik bij mijn zus aankloppen?
Ze heeft geen geld maar ze wil wel shoppen.
En dan hoeft mijn zusje geen slagroom te kloppen.

Winkelen of inkopen doen heet shoppen.
Juist zijn, bonzen of tikken heet kloppen.


©