©
Snijden - Glijden
 
Met scherpe dingen kun je snijden.
Op een glad oppervlak kun je glijden.

Kaas, brood, fruit, cake, in alles kun je snijden.
Over ijs en sneeuw kun je heel erg soepel glijden.
In stukjes of in plakjes maken, dat heet snijden.
Op ski, slee, snowboard, billen, glijbaan ga je glijden.

Met scherpe dingen kun je snijden.
Op een glad oppervlak kun je glijden.

Met de fiets op de weg kun je elkaar afsnijden
En als je dan niet oppast ga je ongelukkig glijden.
Als je valt kan je je aan de stenen snijden
Of onderuitgaan en keihard verder glijden.

Met scherpe dingen kun je snijden.
Op een glad oppervlak kun je glijden.

Dus pas maar op dat je jezelf niet gaat snijden
Of dat je op een vloer gaat glibberen en glijden!
Je krijgt een korst met bloed van in je lichaam snijden
En blauwe plekken of een bult van ongelukkig glijden.

Met scherpe dingen kun je snijden.
Op een glad oppervlak kun je glijden.


©